Regiobijeenkomst Flevoland, 1 november 2018

Een verslag van Jan Janse

Regioatelier verslag Flevoland

De middag van 1 november stond in het teken van het eerste regioatelier voor de Regio van de Toekomst voor Flevoland. Deze vond plaats te Nagele.

Reina Groen, (Provincie Flevoland) heet iedereen welkom en licht de context van de opgave voor Flevoland toe. Vier regio’s is gevraagd in het kader van de NOVI om met een specifiek NOVI-thema aan de slag te gaan. Omdat de landbouwtransitie en een duurzame voedselproductie belangrijke thema’s zijn vanuit de NOVI maar ook specifiek opgaven voor Flevoland zijn,  is besloten hier met twee ontwerpteams dieper op in te gaan.

Inleidingen voor de Ateliers   

Om de aanwezigen met de opgaven in de polders te verbinden werden enkele inleidingen gehouden door De Metropoolregio Amsterdam (MRA) en door het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), welke veel gronden in bezit heeft in Flevoland die worden verpacht aan boeren. RVB is bovendien met de provincie mede opdrachtgever voor Regio van de Toekomst/ Flevoland.

MRA: toelichting door Merten Nefs (Stichting Deltametropool)

De MRA-Regio is ingedeeld in 7 deelregio’s waarvan Flevoland, begrensd rond de stedelijke centra, er een is. De opgaven in Flevoland komen voort uit de woonmilieu-behoeften van de bevolking zelf. De MRA vindt dat de opgaven vanuit de kernkwaliteiten van het landschap moeten worden aangevlogen. Dat gebeurt in stappen; synergie tussen opgaven vinden in de regio, vervolgens dilemma’s in beeld brengen om tot een ruimtelijk handelingsperspectief te komen.

Dit perspectief wordt verkend naar investeringsbehoefte en dekking op het niveau van de MRA. Relevant voor de regio zijn:

  • Grote woningbouwopgave als uitleglocaties naast de wensen voor groen wonen in lage dichtheden;
  • Energietransitie, zelfvoorzienend in combinatie met landbouw biedt kansen;
  • Circulaire economie
  • Recreatieve vraag in combinatie met het specifieke imago van de polders.

Peter Petrus, RVB, spreekt de aanwezigen toe.

RVB: toelichting door Peter  Petrus, Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

Het RVB geeft aan dat het nog 1/5 van de gronden in de polders in bezit heeft. Hij ziet vooral kansen in vrijwillige kavelruil om structuurversterking te bewerkstelligen. Je ziet een aantal trends die leiden tot ander grondgebruik:

  • Energieopwekking waaronder zonneparken (max 1000 ha) en windmolens die meer opbrengen dan het reguliere landgebruik;
  • Natuurwensen en nieuwe infrastructuur.
  • Fysieke factoren die veranderen: bodemdaling, de bodemkwaliteit is door intensief gebruik achteruitgelopen, klimaatverandering, wateroverlast en droogte
  • De ontwikkelingen in de sector zelf: Intensivering, schaalvergroting, natte teelten en natuur inclusief.

Deze trends en ontwikkelingen komen in een mix voor, afhankelijk van de gebieden. Om dit beter in kaart te brengen is een studie gaande van de Wageningen Universiteit en Kadaster om de kansen en mogelijkheden aangaande bovengenoemde beter in kaart te brengen; van de Noordoostpolder waar bodemdaling een grote rol speelt en het watersysteem zou moeten worden aangepast tot Almere Zuidoost waar stadslandbouw wordt onderzocht en gekeken wordt naar natte teelten en zonne-energie.  De bodemdaling in Flevoland is niet vergelijkbaar met die in de Zuid-Hollandse en Friese veenweidegebieden. In Flevoland zit het veenpakket onder een kleilaag. Vasthouden van huidige peilen is de hoofdlijn (opzetten van peil vermindert de bodemdaling niet).  

 

Interview Jannemarie de Jonge, projectleider Regio van de Toekomst voor onder andere Flevoland, met Flevoboeren                                                             

Marit van Bohemen, boer in de Noordoostpolder en lid van de vereniging Bodemdaling Schokland Noordwest geeft aan dat de wateroverlast plots kwamopzetten in 2007. Ze denkt dat het goed is voor de ontwerpers dat ze in gesprek gaan met de boeren, ze ziet zonneparken als enige rendabele oplossing op dit moment. Wat voor haar vooral belangrijk is: duidelijkheid in toekomstig beleid zodat ze daarop kunnen anticiperen.

John van den Berg boer nabij Lelystad, beschrijft de brede tegenstand tegen de nieuwe luchthaven van boeren en bewoners. Toen tegenstand zinloos leek is gekeken of de luchthaven wellicht ook kansen biedt. Zeventig boeren hebben elkaar hierin gevonden en hebben een vijftienjarig contract als partij verworven voor beheer van de graslanden van de luchthaven. Tevens hebben ze als collectief nu een mogelijkheid om voor bewoners van Lelystad gericht voedsel te telen.                                                                                                   

Het Flevolands Agrarisch Collectief zet in op agrarisch natuurbeheer en het verbeteren van de bodemkwaliteit door kennis delen. In dit kader wordt gekeken hoe binnen de kringlooplandbouw de rol van natuur kan zijn in het gehele plaatje. Grenzen tussen landbouw en natuur zijn nu te hard terwijl er mogelijk win-win situaties voorhanden zijn. Kan de natuur bijdragen aan bodemverbetering bijvoorbeeld. Ook wordt nu dicht bij huis voor het telen van veevoer gekozen, daar waar het eerst vanuit het verre buitenland werd geïmporteerd. Er wordt nog naar een plek voor bamboeteelt gezocht als alternatieve vorm van landbouwtoepassing. Als het gaat om technologie die kan helpen wordt vanuit LTO Flevoland breed gekeken naar een App waar bewoners hun voedsel kunnen bestellen, het werken met drones en lichter robotmaterieel wat de bodem niet verdicht. Stellig is dat natuur en techniek prima kunnen samengaan. Je zou naast precisielandbouw ook over precisienatuurbeheer kunnen spreken.

 

Werksessie

Regio van de Toekomst Teamcaptain Berdie Olthof

Analyse algemeen       

Berdie Olthof, naast Peter Veenstra teamcaptain Regio Flevoland,  legt uit dat de teams bezig zijn met het verbeelden van een verhaallijn; naast alle analyses gaat het om een ontwikkeling die ingezet moet worden, deels al ontwikkeld is, die de Binnenwereld (landbouwbedrijven, verschillende smaken) van Flevoland optimaliseert en de Buitenwereld (woonmilieus, overgangen naar natuur) meer naar binnen haalt waar nodig. Deze mix wordt in filmtermen ‘blurren’ genoemd. Niet voor niets wordt de filmtechniek hier naar voren gebracht; een film van dit verhaal op een pakkende manier naar buiten brengen illustreert de transities en juist het visualiseren van de transities is een belangrijk product van de teams.

Uit de analyse van de teams zijn drie hoofdopgaven gedestilleerd:

  • Circulariteit (gesloten lokale kringlopen, evenwicht)
  • Carrousel (ruilen en verschuiven)
  • Casco, (het sterke landschappelijk raamwerk van Flevoland, hoe kan je het oorspronkelijke plan versterken en verrijken voor de toekomst?)

 

Werksessie

De ontwerpteams en specialisten uit de hoek van landschap, landbouw, economie, vastgoed en circulariteit gaan, ieder met een van de bovenstaande thema’s, in drie deelsessies aan de slag.

 

Werksessie

De terugkoppeling van de groep Carrousel, gestart met een kort filmpje van de schuifacties in Flevoland, geeft aan dat bodemgebruik en kwaliteitsverschillen leiden tot een menging van ingrediënten: Wonen, natte natuur, fruitteelt, zonnepanelen etc.

Vraag daarbij is of de voedselbehoefte van de MRA hierbij leidend moet zijn. Conclusie is dat fruitteelt en groenteteelt het meest intensief zijn. De ondernemer is trendvolger, de consument wordt gevolgd maar experimenteren kost geld en dat is met de hoge pachtprijzen moeilijk. Het RVB geeft aan dat de prijs op dit moment 109.000 Euro per ha is en dat veel agrariërs dat niet kunnen betalen.

 

Werksessie

Gezinspeeld wordt op de 1200 ha proefgronden van de WUR, daarnaast zijn gronden rondom de steden, zoals bij Oosterwold, ten oosten van Almere bijvoorbeeld, uitgelezen locaties om met teelten te experimenteren. Enerzijds kan intensiveren als dit “footloos” gebeurt, elders kan worden verbreed en ter plekke minder intensief worden ingestoken. Andere vormen van agrarisch ondernemen zijn:  een locatie voor een eiwittransitie rond Urk met visteelt als uitgangspunt, nieuwe bossen voor houtproductie/recreatie, de optie van natte landbouwgronden en glastuinbouw in natte gebieden.

De terugkoppeling van de groep Circulair begint met de vraag op welke schaal circulariteit kan worden gerealiseerd. Poldereenheid, Flevoland, MRA schaal, EU of Wereldniveau. De kans zit vooral in het creëren van kortere en kleinere ketens. Bijvoorbeeld rond Lelystad of rond Oosterwold, Almere liggen kansen in de lokale voedselproductie. Hierbij wordt de stelling gehanteerd: “Zo klein als mogelijk en zo groot als nodig”. Uitgangspunt is niet naar elkaar kijken maar samen nadenken hoe het beter kan.

Er moet worden ingezet op de plantaardige productie waarbij een duurzaamheidsslag gemaakt kan worden via het spoor van kleinere kringlopen, die meteen ook meer opleveren voor de producent en “footloos” intensivering wat zelfs op erf niveau kan plaatsvinden.

Je kan een koppeling voorstellen tussen agroforestry en beleving. Er is een overduidelijke relatie met het water, vanuit de kringlopen moet worden gekeken naar de waarde voor natuur en voedselproductie. Voor te stellen zijn ook productievormen die buitenboord langs de oevers hangen in de vorm van zeewier en algenteelt. Die leveren nutriënten en hebben een natuurwaarde. Vergroten van de randlengte heeft hier een natuurwaarde.

De groep die zich met het Casco bezighoudt geeft aan dat een landschap met meer smaken zich moeilijk verhoudt tot casco. Je zou dit moeten en kunnen versterken vanuit de basis; het ontwerp wat er ligt. De bosranden zijn hard en kunnen worden verzacht door juist daar agrarische natuur te realiseren. Bijzonder toevoeging is de inzet van een infrastructurele verbinding; een metrolijn Amsterdam-Zwolle  met enkele ideale stops in het gebied om de verbinding te maken met de MRA-regio en de Zwolse regio.

De landschappelijke kenmerken van het gebied zoals de Vaarten, worden aan het casco toegevoegd met als kenmerken agraforestry en natuurlijke oevers. De Knardijk vormt daarin een bijzonder netwerkknooppunt van natuur en agrarische vlakverdeling. Oosterwold kan worden gevat in het casco van de open vista’s, een van de erfgoedkenmerken van de polder,  naar de grote schaal.

Flevoland wordt in het Markermeer versterkt met vooroevers die de natuur een boost geven en het casco versterken. Het waterschap ziet geen reden om de hoofdwaterstructuur te veranderen. Wel kan plaatselijk water worden ingelaten voor natuurontwikkeling. Het Landbouwpeil blijft op één peil gehandhaafd.

Voor de Noordoostpolder wordt ingezet op het verrijken van het raster door oevers te verlagen in het raster waar de bodem is gedaald. Tevens zijn de huidige erven te klein als je ook voedsel wilt verwerken op de erven, gekeken moet worden naar een vergroting. Door strokenlandbouw kan een hogere opbrengst per ha worden behaald en kan je met de huidige techniek robots inzetten voor de teelt en de oogst.

 

Werksessie

Resultaten samenvatting

Berdie Oltof, bijgestaan door Reina Groen en de aanwezige agrariërs, vat namens de teamcaptains samen. Het is geweldig dat we met elkaar, ontwerpers en agrariërs, nu met elkaar meedenken en meeschuiven. Het is waardevol dat in de koppeling met de MRA-regio en het RVB enige zaken zijn verduidelijkt. Het is een zoektocht naar nieuwe schoonheid. Mensen moeten naar Flevoland komen voor het mooie voedsellandschap. Het landschap is ook een vestigingsfactor! Experimenteren is nodig om de landbouw verder te helpen, geef ruimte daarvoor.

De wens om een beeld voor 2050 te schetsen vraagt realiteitswaarde, je moet daarvoor over grenzen heen denken, pas op voor oplossingen die geen realiteitswaarde hebben is de waarschuwing die nog vanuit de boeren wordt geuit. Denk ook aan de sociale opgave die voortkomt uit de grondproblematiek. De aansluiting bij de consument is nodig, ga in op de vraag naar lokale economie en zet in op de eigen, sterke positie van het landschap: strakke lijnen maar ook vloeiende overgangen, een identiteit die je kan verbinden met de MRA door de bedachte metrolijn.

Tot slot geeft de planeconoom die mee heeft gekeken een reflectie. Ze geeft aan dat investeren ook terugverdienen is. Experimenteren houdt in: aanloopkosten die niet gedekt zijn. Je kan een link aanbrengen tussen woningbouw en investeren in het landschap. De grondprijs is een punt, die is te hoog. Kan je andere bestemmingen aan grond geven met andere prijzen (vergelijk Brabant ‘ondernemen in de natuur’)? Zoek naar een meervoudig financieringssysteem, bijvoorbeeld water vasthouden in de natuur. Daarnaast moet je Europees invloed uitoefenen omdat in dat verband al in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt nagedacht over financieringsmodellen. Wat heb je nodig voor de agrarische productie nieuwe stijl;  dynamischer worden betekent

  • Veranderen
  • Behoefte aan andere modellen qua financiering
  • Aansluiten bij het landschap.