Verslag Hans Dekker NVTL | Juliette van Baar, UUM

Regio van de Toekomst: Excursie Regio Arnhem – Nijmegen – Foodvalley.

22 & 23 oktober 2018 –

Verslag en discussiepunten.

 

22 oktober 2018

De dag startte in het WTC bij Arnhem Centraal, oftewel het Green Business Centre. Een korte introductie door Edwin van Uum en Mark Kemperman leidde de dag in, waarbij verschillende presentaties werden gegeven in het WTC, of op diverse inspirerende locaties in de regio. De aftrap van de dag werd gegeven door Marieke Kassenberg, met een presentatie over de Woningdruk vanuit de Randstad in relatie tot mobiliteit.

Casus

  • De bevolkingsgroei in Gelderland wordt deels bepaald door migranten uit de Randstad en de rest van Nederland. De druk op de ruimte is hoog, niet alleen voor woningen, maar ook voor scholen, energie en sportclubs.
  • Buitenstedelijk bouwen is niet per se makkelijker en dus de oplossing, daar is namelijk bereikbaarheid voor nodig. Juist de grensgebieden met de Randstad zijn populair, omdat er in Utrecht en Amersfoort te weinig wordt gebouwd slaat dit over naar de regio rond de Foodvalley.
  • Groene recreatie zit in de regio goed, maar hoogstedelijke recreatie verdient wel aandacht. Het accent in recreatie moet bepaald worden in Arnhem - Nijmegen. Dit zorgt voor verbinding.

 Discussiepunten:

  • Veel plancapaciteit van de huidige woningbouw gaat niet door, maar 40% wordt daadwerkelijk gebouwd. Hier zit vergunde capaciteit bij in.

 Gijs Frenken – stedenbouwkundige – verteld over Arnhem Centraal

Casus:

  • Het plan van Ben van Berkel was een nieuw stadsmilieu te maken: een vervoershub met veel m2 programma, in plaats van alleen een station met kantoren. Dit nieuwe stadsmilieu moest werkgelegenheid bieden en verbinding maken tussen de Randstad en het Ruhrgebied.
  • De kracht van de plek is tegelijkertijd de achilleshiel: alles is met elkaar verbonden. Als iets bij A mis liep in de bouw, lag B ook stil.
  • Er moet nog 40.000 m2 gebouwd worden in de vorm van een toren met een hotel en woningen.
  • Het station is een kruispunt van spoorlijnen: van de Noord/Zuid-as en van de Oost/West-as.

 Discussiepunten:

  • De intercity die straks 6x per uur vertrekt naar Schiphol, moet deze niet stoppen op Amsterdam CS? Ook de verbinding met de Duitse regio roept vragen op: moet deze niet intensiever? In het weekend zijn er veel Duitse bezoekers om te winkelen.

 Frits Dekema – Prins Mauritskazerne Ede / World Food Centre

Casus:

  • Het kazerne complex bestond uit 100 gebouwen, waarvan er 35 in stand zijn gehouden. Deze kazerne is de opmaat voor het World Food Centre.
  • Wageningen heeft 15.000 studenten, het is heel snel gegroeid de afgelopen jaren. Daarnaast zijn er ongeveer 500 kennismedewerkers en laboranten. Friesland Campina zit er en Unilever heeft een onderzoekscentrum in aanbouw.
  • Verwacht wordt dat het World Food Centre 300.000 bezoekers aantrekt. Het Kruller Muller museum trekt zo’n 450.000 bezoekers. Ede heeft op dit moment als 1 miljoen toeristische overnachtingen per jaar.
  • Het is een grote opgave. Het rijk en de VN werken mee als tegenwicht tegen de corporates en verzorgen debat en workshops.
  • Het station Ede-Wageningen wordt verplaatst en de frequentie van de intercity verhoogd naar 6x per uur. De connectie naar Wageningen (de Kennisas) loopt rechtstreeks voor de auto, maar voor het OV zijn er nog vraagtekens. De Provincie denkt aan een HOV buslijn. De busverbinding rijdt elke 10 minuten, maar er zijn wel 25 haltes. Vanaf Arnhem is er een snelle busverbinding, de Rijnlijn. Daarnaast een snelle fietsverbinding.
  • De woningbehoefte in Ede is 5000 woningen. Er worden 2400 woningen gebouwd rond het station in Ede, deze vragen om een andere typologie dan gewoon is in Ede: een hoogstedelijk milieu wordt gecreëerd.
  • Er zijn 28.000 arbeidsplaatsen in de Foodvalley, dat is 10% van de hele regio. De meeste werkgelegenheid is logistiek, pluimvee en kennisontwikkeling. Tendens van opschaling onder agrariërs: van 800 naar 200 agrariërs.

 Discussiepunten:

  • Hoe kan ervoor gezorgd worden dat dit echt een Brainport wordt voor food? Hier heeft McKinsey onderzoek naar gedaan.
  • Ketenverkorting in de regio? Kleine ondernemingen en netwerken inzetten op ketenverkorting.
  • Ook veel horeca en beveiliging banen?
  • Waar is behoefte aan? Wat gaat er gebeuren met het terrein in Wageningen? Loopt dit niet vol? Wat is het ruimtelijk-economisch perspectief van de Kennisas Ede-Wageningen? Wordt deze as volgebouwd? Er ligt een WERV gebied, wat vraagt om versterking van het landschap.

   

 Matthijs Lenissen - NovioTech Campus Nijmegen

 Casus:

  • Hier werden vroeger de chips van Philips gemaakt, er stond dan ook een groot hek om het terrein. Met het nieuwe station Nijmegen Goffert is er een nieuwe drive om een campus van het gebied te maken en wordt aandacht gestoken in de verbetering van de verblijfskwaliteit. Er is sprake van NTC Triple Helix samenwerking.

 Discussiepunten:

  • Vooral bedrijven werken samen, moet er geen onderwijs bijkomen? Gemeente is bezig met dependance van TU Delft & Radboud Universiteit.
  • Veel auto’s in het gebied? Gemeente is bezig met scenario’s, welke parkeercapaciteit is nodig?
  • De entreekavels van het gebied zijn nog vrij.
  • Nu staat er nog een hek om het gebied, dat gaat weg als NXP vertrekt.
  • Campus: past dit in een hoog of laag scenario? De gemeente is bezig met scenario’s schetsen, dit is heel erg afhankelijk van de groei.
  • In hoeverre kan de gemeente sturen?
  • Wonen/functiemix? Dat moet scenario studie uitwijzen. Referenties: beeldkwaliteit, gebruik, gebouw als projectie gebruiken voor films. Alle kansen voor aangrijpen, maar wel alle vanuit economisch perspectief (dus vanuit bedrijven).
  • Auto bereikbaarheid: is dat nodig? Ivm toekomst? De vraag is: wat doe je in de tussentijd.
  • Hekken: campus = openheid, dat zie je hier niet terug.
  • Levert het iets op voor omgeving?  station & fietsverbinding (nog in aanbouw)  studie, wederom scenario’s schetsen.
  • Water van de Waal aan de campus: gebruik als energievoorziening & warmte/koude opslag. Wel containerterminal aan de Waal: grootste binnenhaven van NL.

 

Michaël van Buuren - Park Lingezegen

Casus:

  • Park Lingezegen heeft het formaat van 5x Central Park. Het is geen park, maar landelijk gebied. Het is een park genoemd om het groen te kunnen laten.
  • In 1979 vond Ruilverkaveling plaats en is een schil gebouwd om een nieuwbouw wijk: het Stuitbos. Dit werkt als een buffer tegen landbouw. Alle vlakvormige oppervlakten zouden naar Staatsbosbeheer gaan, nu is dat maar een klein deel.
  • Pijnpunt: op zoek naar een verbindend en ruimtelijk element. 5 deelgebieden, elk met eigen kwaliteit. Van Landbouwland tot de Park.
  • 4 doelen: recreatie, beheer, natuur & water. Nu is energie hierbij gekomen.

 

Discussiepunten:

  • Boeren zijn particulier? Ja. Wat betekent dit park voor hen? Welke afspraken zijn gemaakt? Landinrichting heeft tot betere verkaveling en water toevoer geleidt. De boeren kunnen verder doen wat ze willen, maar er zijn wel recreatieroutes in het gebied. Deel van de boeren vond dat niks, want grond verkoop. Andere boeren bedienen nu ook recreanten.
  • Wat gebeurd er qua natuur beheer en behoud? Model Rietzanger & IJsvogelvlinder, om deze soorten in het gebied te kunnen ondersteunen en aantrekken.
  • Een kavel wordt volledig Zonneveld. Dit past in het energie experiment, dat is goed, maar liever ergens anders.

 

23 oktober 2018

Na de uitgebreide excursie de 22e, kregen de teams van Bernadette Jansen en Jeroen Ruitenbeek de tijd voor een interne werksessie. Deze werksessie werd in de ochtend van de 23e voortgezet, waarna in de middag experts uit het vakgebied en de regio werden uitgenodigd om feedback te geven op de verhaallijn en pitches van de twee teamcaptains.

TEAM 1, Bernadette Jansen (BVR cs)

  1. Opzet
  • Werkwijze: ontwerpers en specialisten werken samen. De regiovisie komt tot stand via ontwerpend onderzoek en reflectie door betrokkenen waaronder provincie Gelderland en waterschap.
  1. Start
  • Focus is een zoektocht naar de relatie verstedelijking en mobiliteit.
  • Principes die Team 1 hanteert zijn:
    •  Gebiedseigen
    • Niet afwentelen (op andere gebieden, op volgende generaties)
    • Slim combineren
  • Thema’s zijn:
    •  internationale corridor & lokale economie
    • hoog/droog (stuwwallen; stroomruggen) & laag, nat (komgronden)
    • gezondheid & mobiliteit
  1. Gebiedsverkenning
  • Er is veel diversiteit in de regio > ‘van alles wat’. Ergo: geen duidelijk profiel. Er is veel druk op de regio.
  • Alles gaat over Arnhem: de knoop bij CS en de people hub Arnhem centrum-stad.
  • Er zijn mooie en heel verschillende landschappen (rivierengebied/stuwwallen en valleien)
  • Ede-Wageningen. Is dat een ontwikkelingsas? Wat is de samenhang?
  • Novio Campus: ja, een nieuwe knoop. Maar, wat is een next campus in een niet-hoogstedelijk gebied?
  • Park Lingezegen. Is geen concrete verbinding tussen Arnhem en Nijmegen: o Het landschapspark bestaat uit fragmenten en doorsnijdingen door infrastructuur (waaronder Betuweroute)
  • De regionale infrastructuur lijkt goed te zijn ontwikkeld op de ‘knopen’. Slecht in de inpassing van de ‘lijnen’.

4. Vijf Ontdekkingen: mogelijke ontwerpthema’s

  1. Economie: Er zijn potenties voor ‘eco-hubs’, vooral in Nijmegen. Vraag is: hoe zit Arnhem hierin?
  2. Infrastructuur en mobiliteit: verbanden leggen. A15 als logisch aanknopingspunt om logistieke hub te ontwikkelen, maar kijk dan ook naar de A12. Geen versnippering, maar logistieke hub maken.
  3. Cultuur en politieke kleur in het gebied is divers. GroenLinks versus SGP.
  4. Groen en blauw. Biedt aanknopingspunten voor gezondheid:     
    1. Verder onderbouwen via gezondheidsscans en monitor.
    2. Koppeling maken met concept Healthy Urban Living 
  5. Waterveiligheid:  nevengeul Lent van de Waal bij Nijmegen is een iconisch project dat kan worden uitgebuit en kansen voor zoet waterbuffers (kwel verkenning nodig). Mogelijk voor NL als geheel relevant

 

 5. Verhaallijn

  • Opgave is: zoeken naar de verbindende missie voor de regio
  • Wat hebben de volgende ’lijnen’ als plus:
  1. Arnhem-Nijmegen
  2. Nijmegen-Foodvalley
  3. Foodvalley- Arnhem

 Linken zoeken onderling, niet als drie-eenheid, maar telkens tussen 2 punten.

6. Kansen 

  1. Verstedelijking, gezondheid, mobiliteit
  2. Campus en mobiliteit
  3. Klimaatopgave en drinkwater

 

  1. 1e Schetsen
    1. Gezonde verstedelijking
    2. Infrastructuur en eco-hubs
    3. Zoet water en kwel

 

  1. Discussie en vragen
  • Hoe zit het met energie opgave?
    • Antw: is niet uitgesproken genoeg in de regio om een economie mee op te bouwen
  • Hoe zit het met de historie? (w.o. Limens/Romeinen)
    • Antw: is niet heel relevant voor T1
  • Hoe zit het met kennis bundelen in de regio? 
    • Antw: afstand Wageningen – Nijmegen is te groot
  • Hoe zit het met gezondheid?
    • Antw: GGD heeft info op wijkniveau. Deze gezondheidsscans worden meegenomen.
  • Aanvulling uit team: verdroging Veluwe is kans voor de natuur.

TEAM 2, Jeroen Ruitenbeek (Palmbout cs)

  1. Opzet
  • Mobiliteitsverandering is de leidraad voor het regio ontwerp. Wat kan dat ruimtelijk betekenen?
  1. Gebiedsverkenning
  • Landschappen: Veluwe/ rivierenlandschap/ valleien (Gelderse Vallei/ IJsselvallei)
  • Er is veel agrarische bebouwing, waaronder in de Gelderse Vallei, het zijn geen landschapsvlakken.
  • Snelwegen. Op en afritten vertonen een sterrenbeeld van (potentiële) ruimtelijke ontwikkelingen
  • Wat is de efficiency van de mobiliteitssoorten: intelligenter benutten. Op welke schaal en omvang organiseer je het vervoer? o
    • Spoor: veel ruimtebeslag; nog weinig benut
    • Autowegen: vol en benut
  1. Ontwerpvragen
  • Op welke schaal organiseer je het toekomstige vervoer?
    • Wat betekent dat voor de verstedelijking?
  •  Kunnen we het principe van MaaS toepassen (Mobility as a Service)?
    • MaaS is niet alleen een oplossing, het is ook een businessmodel dat de wenst heeft voor zo veel mogelijk mobiliteit (wat niet gewenst is).
    • Slim gebruik maken van MaaS door zones te vrijwaren van mobiliteitsdruk.
  1. Principes
  • Onderscheid maken tussen slecht (waaronder Veluwe) en goed ontsloten gebieden (Valleien; met kanttekening: er zijn veel doodlopende wegen in de Gelderse Vallei).
  • Leidend principe: vertragen en versnellen voor verschillend ontsloten gebieden. Landschap vrijwaren en elders intensiveren.
  • Contrast tussen de uitersten kan worden versterkt door bijvoorbeeld afritten van snelwegen op te heffen. Niet alles overal bereikbaar
  1. 1e Schetsen
  • Mogelijke verstedelijkingspatronen: 
    • Bundelen langs infrastructuur N-Z (Arnhem en Nijmegen) en O-W (A15 e.a.
  • Gelderse Vallei?
    • Contrast handhaven/ creëren tussen extensieve zones (Veluwerand)en intensieve zones (vallei zijde)
  • Opgaven: 
    • Langs A30 (Ede – Barneveld) verstedelijken en de Veluwerand reserveren voor waterberging en kleinschalig wonen
    • A15/Betuweroute: op- en afritten intensiveren. Inspelen op traagheid van voorzijde stroomrug dorpen (rivieroriëntatie) versus snelle achterzijde (infra oriëntatie)
    • Fijnmazigheid van het netwerk gebruiken als leidraad voor verdichting. Dijken zonder auto’s en met e-bikes. Traagheid waarderen in het gebied.
  • Opgaven voor aanpak verstedelijking. Diversifiëren in:
    •  Stadsranden met slecht bereikbaarheidsprofiel
    • Binnensteden met goed bereikbaarheidsprofiel
  • Water:
    • Vasthouden water als leidend thema voor de regio.
    • Met als overloopgebieden: IJssel/Linge
  1. Discussie en vragen
  • Relatie wonen-werken meenemen
  • Wat zijn de consequenties van keuzen? (prov GLD)
    • Maak de slag met mobiliteitsprofielen en verstedelijking
    • Er is een spanning tussen inbreiding en uitbreiding. Hoe gaan jullie daar mee om?
  • Kan water aanknopingspunten bieden voor verstedelijking? (bijv wonen op /aan / bij water)
  • Bij wonen in trage gebieden kun je wellicht jongeren in de regio vast houden (starters)
  • Traagheid kan in zowel de stad als buitengebied gestalte krijgen
  • Hoe zit het met de maakbaarheid:
    • Statement op regioniveau vs weerbarstigheid van de werkelijkheid op lokaal niveau
  • NB: er is een studie Effect Rapid Buslijn door de Gelderse Vallei (kippenlijn?)

FEEDBACK op voorstellen T1 en T2:

  • Vier de verschillen: houdt verschillen tussen beide benaderingen helder.
  • Wat is / zijn bindende thema’s. Water als leidmotief, daar experts op aanhaken.
  • Regio aanpak wordt aangevuld door gebiedsuitwerkingen te maken op lokaal niveau.
  • Maak het niet alleen top-down, maar ook bottom-up.
  • Check eerdere Eo Wijersprijsvragen op principe van traagheid en versnelling.
  • Denk ook aan temporele kaarten (tijd versus afstandsprincipe). 

Vervolg

  • 14 november. Mogelijke extra bijeenkomst dummy Arnhem – Nijmegen
  • 30 november Pakhuis de Zwijger (oplevering alle teams)
  • 14 februari eindstreep.

 

Hans Dekker/ NVTL Juliette van Baar/Bureau UUM - BNSP

Een verslag van Jan Janse

Regioatelier verslag Flevoland

De middag van 1 november stond in het teken van het eerste regioatelier voor de Regio van de Toekomst voor Flevoland. Deze vond plaats te Nagele.

Reina Groen, (Provincie Flevoland) heet iedereen welkom en licht de context van de opgave voor Flevoland toe. Vier regio’s is gevraagd in het kader van de NOVI om met een specifiek NOVI-thema aan de slag te gaan. Omdat de landbouwtransitie en een duurzame voedselproductie belangrijke thema’s zijn vanuit de NOVI maar ook specifiek opgaven voor Flevoland zijn,  is besloten hier met twee ontwerpteams dieper op in te gaan.

Inleidingen voor de Ateliers   

Om de aanwezigen met de opgaven in de polders te verbinden werden enkele inleidingen gehouden door De Metropoolregio Amsterdam (MRA) en door het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), welke veel gronden in bezit heeft in Flevoland die worden verpacht aan boeren. RVB is bovendien met de provincie mede opdrachtgever voor Regio van de Toekomst/ Flevoland.

MRA: toelichting door Merten Nefs (Stichting Deltametropool)

De MRA-Regio is ingedeeld in 7 deelregio’s waarvan Flevoland, begrensd rond de stedelijke centra, er een is. De opgaven in Flevoland komen voort uit de woonmilieu-behoeften van de bevolking zelf. De MRA vindt dat de opgaven vanuit de kernkwaliteiten van het landschap moeten worden aangevlogen. Dat gebeurt in stappen; synergie tussen opgaven vinden in de regio, vervolgens dilemma’s in beeld brengen om tot een ruimtelijk handelingsperspectief te komen.

Dit perspectief wordt verkend naar investeringsbehoefte en dekking op het niveau van de MRA. Relevant voor de regio zijn:

  • Grote woningbouwopgave als uitleglocaties naast de wensen voor groen wonen in lage dichtheden;
  • Energietransitie, zelfvoorzienend in combinatie met landbouw biedt kansen;
  • Circulaire economie
  • Recreatieve vraag in combinatie met het specifieke imago van de polders.

Peter Petrus, RVB, spreekt de aanwezigen toe.

RVB: toelichting door Peter  Petrus, Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

Het RVB geeft aan dat het nog 1/5 van de gronden in de polders in bezit heeft. Hij ziet vooral kansen in vrijwillige kavelruil om structuurversterking te bewerkstelligen. Je ziet een aantal trends die leiden tot ander grondgebruik:

  • Energieopwekking waaronder zonneparken (max 1000 ha) en windmolens die meer opbrengen dan het reguliere landgebruik;
  • Natuurwensen en nieuwe infrastructuur.
  • Fysieke factoren die veranderen: bodemdaling, de bodemkwaliteit is door intensief gebruik achteruitgelopen, klimaatverandering, wateroverlast en droogte
  • De ontwikkelingen in de sector zelf: Intensivering, schaalvergroting, natte teelten en natuur inclusief.

Deze trends en ontwikkelingen komen in een mix voor, afhankelijk van de gebieden. Om dit beter in kaart te brengen is een studie gaande van de Wageningen Universiteit en Kadaster om de kansen en mogelijkheden aangaande bovengenoemde beter in kaart te brengen; van de Noordoostpolder waar bodemdaling een grote rol speelt en het watersysteem zou moeten worden aangepast tot Almere Zuidoost waar stadslandbouw wordt onderzocht en gekeken wordt naar natte teelten en zonne-energie.  De bodemdaling in Flevoland is niet vergelijkbaar met die in de Zuid-Hollandse en Friese veenweidegebieden. In Flevoland zit het veenpakket onder een kleilaag. Vasthouden van huidige peilen is de hoofdlijn (opzetten van peil vermindert de bodemdaling niet).  

 

Interview Jannemarie de Jonge, projectleider Regio van de Toekomst voor onder andere Flevoland, met Flevoboeren                                                             

Marit van Bohemen, boer in de Noordoostpolder en lid van de vereniging Bodemdaling Schokland Noordwest geeft aan dat de wateroverlast plots kwamopzetten in 2007. Ze denkt dat het goed is voor de ontwerpers dat ze in gesprek gaan met de boeren, ze ziet zonneparken als enige rendabele oplossing op dit moment. Wat voor haar vooral belangrijk is: duidelijkheid in toekomstig beleid zodat ze daarop kunnen anticiperen.

John van den Berg boer nabij Lelystad, beschrijft de brede tegenstand tegen de nieuwe luchthaven van boeren en bewoners. Toen tegenstand zinloos leek is gekeken of de luchthaven wellicht ook kansen biedt. Zeventig boeren hebben elkaar hierin gevonden en hebben een vijftienjarig contract als partij verworven voor beheer van de graslanden van de luchthaven. Tevens hebben ze als collectief nu een mogelijkheid om voor bewoners van Lelystad gericht voedsel te telen.                                                                                                   

Het Flevolands Agrarisch Collectief zet in op agrarisch natuurbeheer en het verbeteren van de bodemkwaliteit door kennis delen. In dit kader wordt gekeken hoe binnen de kringlooplandbouw de rol van natuur kan zijn in het gehele plaatje. Grenzen tussen landbouw en natuur zijn nu te hard terwijl er mogelijk win-win situaties voorhanden zijn. Kan de natuur bijdragen aan bodemverbetering bijvoorbeeld. Ook wordt nu dicht bij huis voor het telen van veevoer gekozen, daar waar het eerst vanuit het verre buitenland werd geïmporteerd. Er wordt nog naar een plek voor bamboeteelt gezocht als alternatieve vorm van landbouwtoepassing. Als het gaat om technologie die kan helpen wordt vanuit LTO Flevoland breed gekeken naar een App waar bewoners hun voedsel kunnen bestellen, het werken met drones en lichter robotmaterieel wat de bodem niet verdicht. Stellig is dat natuur en techniek prima kunnen samengaan. Je zou naast precisielandbouw ook over precisienatuurbeheer kunnen spreken.

 

Werksessie

Regio van de Toekomst Teamcaptain Berdie Olthof

Analyse algemeen       

Berdie Olthof, naast Peter Veenstra teamcaptain Regio Flevoland,  legt uit dat de teams bezig zijn met het verbeelden van een verhaallijn; naast alle analyses gaat het om een ontwikkeling die ingezet moet worden, deels al ontwikkeld is, die de Binnenwereld (landbouwbedrijven, verschillende smaken) van Flevoland optimaliseert en de Buitenwereld (woonmilieus, overgangen naar natuur) meer naar binnen haalt waar nodig. Deze mix wordt in filmtermen ‘blurren’ genoemd. Niet voor niets wordt de filmtechniek hier naar voren gebracht; een film van dit verhaal op een pakkende manier naar buiten brengen illustreert de transities en juist het visualiseren van de transities is een belangrijk product van de teams.

Uit de analyse van de teams zijn drie hoofdopgaven gedestilleerd:

  • Circulariteit (gesloten lokale kringlopen, evenwicht)
  • Carrousel (ruilen en verschuiven)
  • Casco, (het sterke landschappelijk raamwerk van Flevoland, hoe kan je het oorspronkelijke plan versterken en verrijken voor de toekomst?)

 

Werksessie

De ontwerpteams en specialisten uit de hoek van landschap, landbouw, economie, vastgoed en circulariteit gaan, ieder met een van de bovenstaande thema’s, in drie deelsessies aan de slag.

 

Werksessie

De terugkoppeling van de groep Carrousel, gestart met een kort filmpje van de schuifacties in Flevoland, geeft aan dat bodemgebruik en kwaliteitsverschillen leiden tot een menging van ingrediënten: Wonen, natte natuur, fruitteelt, zonnepanelen etc.

Vraag daarbij is of de voedselbehoefte van de MRA hierbij leidend moet zijn. Conclusie is dat fruitteelt en groenteteelt het meest intensief zijn. De ondernemer is trendvolger, de consument wordt gevolgd maar experimenteren kost geld en dat is met de hoge pachtprijzen moeilijk. Het RVB geeft aan dat de prijs op dit moment 109.000 Euro per ha is en dat veel agrariërs dat niet kunnen betalen.

 

Werksessie

Gezinspeeld wordt op de 1200 ha proefgronden van de WUR, daarnaast zijn gronden rondom de steden, zoals bij Oosterwold, ten oosten van Almere bijvoorbeeld, uitgelezen locaties om met teelten te experimenteren. Enerzijds kan intensiveren als dit “footloos” gebeurt, elders kan worden verbreed en ter plekke minder intensief worden ingestoken. Andere vormen van agrarisch ondernemen zijn:  een locatie voor een eiwittransitie rond Urk met visteelt als uitgangspunt, nieuwe bossen voor houtproductie/recreatie, de optie van natte landbouwgronden en glastuinbouw in natte gebieden.

De terugkoppeling van de groep Circulair begint met de vraag op welke schaal circulariteit kan worden gerealiseerd. Poldereenheid, Flevoland, MRA schaal, EU of Wereldniveau. De kans zit vooral in het creëren van kortere en kleinere ketens. Bijvoorbeeld rond Lelystad of rond Oosterwold, Almere liggen kansen in de lokale voedselproductie. Hierbij wordt de stelling gehanteerd: “Zo klein als mogelijk en zo groot als nodig”. Uitgangspunt is niet naar elkaar kijken maar samen nadenken hoe het beter kan.

Er moet worden ingezet op de plantaardige productie waarbij een duurzaamheidsslag gemaakt kan worden via het spoor van kleinere kringlopen, die meteen ook meer opleveren voor de producent en “footloos” intensivering wat zelfs op erf niveau kan plaatsvinden.

Je kan een koppeling voorstellen tussen agroforestry en beleving. Er is een overduidelijke relatie met het water, vanuit de kringlopen moet worden gekeken naar de waarde voor natuur en voedselproductie. Voor te stellen zijn ook productievormen die buitenboord langs de oevers hangen in de vorm van zeewier en algenteelt. Die leveren nutriënten en hebben een natuurwaarde. Vergroten van de randlengte heeft hier een natuurwaarde.

De groep die zich met het Casco bezighoudt geeft aan dat een landschap met meer smaken zich moeilijk verhoudt tot casco. Je zou dit moeten en kunnen versterken vanuit de basis; het ontwerp wat er ligt. De bosranden zijn hard en kunnen worden verzacht door juist daar agrarische natuur te realiseren. Bijzonder toevoeging is de inzet van een infrastructurele verbinding; een metrolijn Amsterdam-Zwolle  met enkele ideale stops in het gebied om de verbinding te maken met de MRA-regio en de Zwolse regio.

De landschappelijke kenmerken van het gebied zoals de Vaarten, worden aan het casco toegevoegd met als kenmerken agraforestry en natuurlijke oevers. De Knardijk vormt daarin een bijzonder netwerkknooppunt van natuur en agrarische vlakverdeling. Oosterwold kan worden gevat in het casco van de open vista’s, een van de erfgoedkenmerken van de polder,  naar de grote schaal.

Flevoland wordt in het Markermeer versterkt met vooroevers die de natuur een boost geven en het casco versterken. Het waterschap ziet geen reden om de hoofdwaterstructuur te veranderen. Wel kan plaatselijk water worden ingelaten voor natuurontwikkeling. Het Landbouwpeil blijft op één peil gehandhaafd.

Voor de Noordoostpolder wordt ingezet op het verrijken van het raster door oevers te verlagen in het raster waar de bodem is gedaald. Tevens zijn de huidige erven te klein als je ook voedsel wilt verwerken op de erven, gekeken moet worden naar een vergroting. Door strokenlandbouw kan een hogere opbrengst per ha worden behaald en kan je met de huidige techniek robots inzetten voor de teelt en de oogst.

 

Werksessie

Resultaten samenvatting

Berdie Oltof, bijgestaan door Reina Groen en de aanwezige agrariërs, vat namens de teamcaptains samen. Het is geweldig dat we met elkaar, ontwerpers en agrariërs, nu met elkaar meedenken en meeschuiven. Het is waardevol dat in de koppeling met de MRA-regio en het RVB enige zaken zijn verduidelijkt. Het is een zoektocht naar nieuwe schoonheid. Mensen moeten naar Flevoland komen voor het mooie voedsellandschap. Het landschap is ook een vestigingsfactor! Experimenteren is nodig om de landbouw verder te helpen, geef ruimte daarvoor.

De wens om een beeld voor 2050 te schetsen vraagt realiteitswaarde, je moet daarvoor over grenzen heen denken, pas op voor oplossingen die geen realiteitswaarde hebben is de waarschuwing die nog vanuit de boeren wordt geuit. Denk ook aan de sociale opgave die voortkomt uit de grondproblematiek. De aansluiting bij de consument is nodig, ga in op de vraag naar lokale economie en zet in op de eigen, sterke positie van het landschap: strakke lijnen maar ook vloeiende overgangen, een identiteit die je kan verbinden met de MRA door de bedachte metrolijn.

Tot slot geeft de planeconoom die mee heeft gekeken een reflectie. Ze geeft aan dat investeren ook terugverdienen is. Experimenteren houdt in: aanloopkosten die niet gedekt zijn. Je kan een link aanbrengen tussen woningbouw en investeren in het landschap. De grondprijs is een punt, die is te hoog. Kan je andere bestemmingen aan grond geven met andere prijzen (vergelijk Brabant ‘ondernemen in de natuur’)? Zoek naar een meervoudig financieringssysteem, bijvoorbeeld water vasthouden in de natuur. Daarnaast moet je Europees invloed uitoefenen omdat in dat verband al in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid wordt nagedacht over financieringsmodellen. Wat heb je nodig voor de agrarische productie nieuwe stijl;  dynamischer worden betekent

  • Veranderen
  • Behoefte aan andere modellen qua financiering
  • Aansluiten bij het landschap.

Schrijf je hier alvast in en verzeker je van deelname!

Vrijdag 30 november is het zover: de ontwerpteams presenteren hun ‘storyline’ op hoofdlijnen en we krijgen samen inzicht in de koers die ieder team vaart. Samen maken we de tussenbalans op van de eerste resultaten van Regio van de Toekomst. 

Waar staan de ontwerpteams? Welke keuzen maken zij in hun regio’s? Wat zijn hun vondsten? Wat hun dilemma’s? Wat betekent dit voor de regio’s en de NOVI?

We maken ons op voor een serie verrassende en inspirerende presentaties van de ontwerpteams en zoeken volop de discussie op met en tussen alle deelnemers aan deze bijeenkomst: de 8 ontwerpteams, partijen uit de 4 regio’s, het NOVI-team en andere rijksvertegenwoordigers en bovenal de brede groep vakgenoten vanuit de BNSP en NVTL. Dit belooft een mooi moment van debat en inspiratie te worden!

Het doel: inzicht krijgen in de ‘storyline’ van ieder van de 8 ontwerpteams en het ‘verrijken’ en aanscherpen van hun verhaal vanuit een openbaar advies ter plekke!

Meer artikelen...